4. Oefenen in het werkboek

In bijna elke les gaan de kinderen aan de slag in het werkboek. De uitgeschreven les verwijst naar de opdrachten in het lesboek.

 

 

 

Aan het einde van elke uitgeschreven les staat een korte toelichting op de opdrachten in het werkboek.

 

 

 

 

Leg de opdrachten steeds duidelijk uit aan de kinderen. Gebruik de voorbeeldopgave(n) uit het werkboek voor de uitleg. En maak de eerste opgave van een opdracht gezamenlijk. Probeer door vragen te stellen erachter te komen of de kinderen de uitleg hebben begrepen.
De eerste lessen, als het werkboek voor de kinderen nog nieuw is, zal het uitleggen van een opdracht meer tijd kosten. Na verloop van tijd raken de kinderen bekend met de werkwijze van het werkboek. Ook zullen ze opdrachten van hetzelfde type herkennen.

> Hier vind je veel meer informatie over de opdrachten in het werkboek.

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *