Wat doe ik als ik geen idee heb hoe goed de kinderen schaken?

Als je een groep hebt met kinderen die al kunnen schaken, maar je weet niet precies wat ze al weten, besteed de eerste les dan aan het inventariseren van het niveau van de kinderen. Pas in les 2 begin je met een ‘echte’ les.

Is vooraf duidelijk wat het niveau is van de kinderen in een nieuwe groep, begin dan meteen met een echte les. Maar reserveer de eerste les wel extra tijd voor de kennismaking en het maken van afspraken.

Valkuilen nieuwe kinderen die zeggen dat ze al (een beetje) kunnen schaken

Nieuwe kinderen zijn niet altijd beginners. Soms hebben ze al schaken geleerd van hun ouders, op school of van een vriendje. Maar dat gaat niet altijd goed

  • De Dame beweegt in 1 zet recht én schuin.
  • Stukken bewegen in 1 zet ‘om een hoekje’. Bijvoorbeeld: een Loper op a1 gaat in 1 zet via b2 naar a3.
  • Kinderen slaan door over stukken te springen (zoals bij Dammen). Of ze slaan in 1 zet alle stukken op een lijn of diagonaal.
  • De pion loopt/slaat toch opzij of achteruit. De pion doet geen 2 stappen vanuit de beginstelling. Pionnen promoveren alleen tot stukken die al zijn geslagen. Kinderen denken dat je maar 1 Dame mag hebben. Pionnen promoveren niet: ze blijven ‘pion’ als ze de overkant hebben bereikt. Het gepromoveerde stuk wordt in de beginpositie geplaatst, in plaats van op het promotieveld.
  • De kinderen hebben alleen de formele regels geleerd, maar niet belangrijke toepassingsprincipes. Zo leren kinderen van hun ouders bijna nooit om veilige zetten te doen. Dat is namelijk geen formele regel. Voeg dan lessen 4-6 in, of de Pas-op-de-plaats-les over veilig (P2).
  • Wanneer na schaak, het schaak niet wordt opgeheven, slaan veel kinderen gewoon de Koning.
  • Bij schaakmat wordt vaak vergeten dat de Koning schaak moet staan.
  • Van de rokade beheersen veel kinderen niet de uitzonderingsregels.

Inventariseren van het niveau van de kinderen

Stap 1

Check hun schaakkennis en speelniveau. Wat ze zelf zeggen of wat hun ouders zeggen is vaak niet accuraat. Vaak is er sprake van overschatting, soms van onderschatting. Ik gebruik afwisselend 2 methoden om een goede inschatting van de schaakkennis te maken bij nieuwe kinderen.

  1. Via een vragenrondje op basis van deze checklist (pdf) kun je per 2 kinderen in 5-10 minuten een goede inschatting maken van hun schaakkennis. Laat 2 kinderen een partij tegen elkaar spelen. Ga erbij zitten en stel vragen op basis van de checklist. Dat kun je doen in reactie op de actuele stelling of op de zetten die ze doen. Je kunt ook de stelling aanpassen (“Stel deze pion komt aan de overkant …“) en daar een vraag over stellen.
  2. Laat ze Opdrachtschaak Werkboek 1 (Spel 38) spelen. Kaartjes waarover ze vragen hebben, bieden informatie over wat ze al wel/nog niet weten. Deze methode biedt minder snel alle informatie die je nodig hebt.

Stap 2

Naar aanleiding van de niveaucheck stel je een lesprogramma op. Je kunt hele thema’s overslaan of alleen de herhalingsles (P-lessen) doen als ze een thema al (redelijk) beheersen.

Check echt goed of ze de loop van de stukken goed beheersen. Als ze nog veel fouten maken met de stukken, dan is de basis voor de volgende lessen onvoldoende. Het lijkt er dan op dat ze de nieuwe stof niet begrijpen, terwijl de fouten die ze maken, komen door onvoldoende beheersing van de stukken.

Maar zelfs als ze thema’s al beheersen, is het soms toch verstandig die te herhalen. In het bijzonder als kinderen schaken van hun ouders hebben geleerd (in plaats van een schaaktrainer).

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *